Geloofsbelijdenis

Wat wij geloven:

De bijbel is ons alles beschrijvende voorschrift van geloof en gedrag.

Het Woord van God is geïnspireerd.
De geschriften, zowel het Oude als Nieuwe Testament, bevatten de woordelijke, geïnspireerde en gezaghebbende woorden van God.
2 Timotheüs 3: 15-17; I Thessalonicenzen 2:13; II Petrus 1:21

Er is één levende en ware God.
God heeft gekozen zich te openbaren als de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Deze drie zijn in God dezelfde substantie en dezelfde in kracht en glorie, een drie-eenheid.
Deuteronomium 6:4; Jesaja 43:10,11; Matthëus 28:19; Lucas 3:22

De Godheid van de Heer Jezus Christus.
De Heer Jezus Christus, de Zoon van God, is God en mens.
Jezus Christus is volmaakt God en volmaakt mens.
Johannes 1:1-3; Kolossenzen 1:16; Hebreeën 1:10
Van de eeuwige Zoon van God geloven wij:
1. Hij is geboren uit een maagd (Matt 1:23, Luc 1:31, 35)
2. Hij leidde een zondeloos leven (Heb 7:26, I Pet 2: 22)
3. Hij deed wonderen (Hand 2:22, Hand 10:38)
4. Hij stierf aan het kruis voor onze zonden (I Cor 15:3, II Cor 5:21)
5. Hij stond lichamelijk op uit de dood (Matt 28:6, Luc 24:39, I Cor 15:4)
6. Hij is gezeten aan de rechterhand van de Vader (Hand 2:33, Fil 2: 9-11, Hebr 1:3)
7. Hij zal zichtbaar terugkeren (Hand 1:10, 11)
De zonde van de mens.
Toen Adam en Eva vielen van hun originele gerechtigheid en gemeenschap met God werden zij dood in de zonde. Vanuit deze oorspronkelijke zonde werd onze natuur zondig.
Vanwege de zonde van de mens is een zondig mens geneigd zijn eigen wil te doen in plaats van die van God.
Psalm 36;1, Jeremia 17:9
De redding van de mens.
De Bijbel leert dat God voorzien heeft in redding voor de mens in de persoon en het werk (leven, bediening, plaatsvervangende dood en opstanding) van zijn zoon Jezus Christus.
Voorwaarden of wat nodig is voor redding: Berouw aan God en geloof in onze Heer Jezus Christus.
Marcus 1:15; 3:19; 16:31; Johannes 3:16

De Heiliging van de gelovige.
Door de redding zijn wij apart gezet van de zonde en zijn wij toegewijd aan God voor gemeenschap en zijn wij toegewijd aan God om te dienen. Deze redding vindt direct plaats maar het is ook een proces in het leven van de heilige.
I Thessalonicenzen 4:7; 5:23; Hebreeën 10:4; I Petrus 1:2

De doop met de Heilige Geest.
Het doel van de doop met de Heilige Geest is om ons te bekrachtigen en te stimuleren voor dienstbaarheid. Dit is evident aan het initiële lichamelijke teken van het spreken in andere tongen zoals de Geest van God hen doet spreken.
Handelingen 1:4, 1:8, 2:4

De kerk en zijn missie.
De kerk zijn zij die wedergeboren en vergaderd zijn in Christus, het hoofd van de kerk; Zij door wie het evangelie gepredikt wordt en door wie gelovigen opgevoed worden.
Mattheüs 28:19, 20; Marcus16:15; Handelingen 1:8; Efeziërs 4:11-16; I Corinthiërs 14:12

1. Om het werk te vervullen van de bediening, geloven wij in het priesterschap van de gelovige.
Efeziërs 4:12; I Petrus 2:9
2. Wij geloven in de bediening van de apostelen, profeten, evangelisten, herders en leraren.
Efeziërs 4:11

De verordening van de kerk.
Er zijn twee verordeningen die wij waarnemen en beoefenen:
1. Waterdoop door onderdompeling: Ieder die berouw toont van zijn zonden en gelooft in de Heer Jezus Christus is geschikt voor de waterdoop. Mattheüs 28:19; Marcus 16:16; Handelingen 10:47; Romeinen 6:4
2. Heilige Communie of Avondmaal. “Doe dit ter Mijn gedachtenis, verkondig de dood des Heren en de herinnering hieraan”. I Corinthiërs 11:24; I Corinthiërs 22:19

”Het verkondigen van het sterven van de Heer” is een handeling van geloof in het verzoenende werk van Christus en is ook een afkondiging. I Corinthiërs 11:26
“Totdat Hij wederkomt” is een verwijzing naar de terugkeer van onze Heer Jezus Christus en daarop is ook onze hoop gebaseerd.

Goddelijke Genezing.
Jezus Christus is onze Goddelijke dokter, die in overeenstemming met Zijn wil soeverein, barmhartig en genadevol de zieke kan genezen.
Jesaja 53:4,5; Mattheüs 8:16, 17; Jacobus 5: 14-16)

De tweede komst van Christus.
Zijn komst zal persoonlijk zijn, visueel en glorieus.
Johannes 14:3; Handelingen 1:10-11; Hebreeën 9:28; Filippenzen 3:20; Zacharia 12:10; II Thessalonicenzen 1:7; Kolossenzen 3:4; Openbaring 1:7
De doden in Christus zullen opstaan, dan zullen de geredden die leven samen opgenomen worden om de Heer in de lucht te ontmoeten.
I Corinthiërs 15:51-52; I Thessalonicenzen 2:1; Titus 2:13
Met de tweede komst van Jezus Christus zal het 1000 jarig regeren van Jezus Christus over een aards koninkrijk beginnen.
Openbaring 20:2,6

Het laatste oordeel.
Dit staat bekend als het “Grote witte troon oordeel”. Het beschrijft het oordeel van alle slechte doden.
Openbaring 20:11-14

Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.
Hemel en aarde zullen een nieuw begin kennen. Hemel en aarde hebben hun redding opgewacht en zullen hersteld worden in harmonie en orde waarin gerechtigheid woont.
Psalm 102:25-26; Jesaja 34:4, 51:6, 17,18; Romeinen 8:22, II Petrus 3:10